maandag 16 mei 2016

'Hello, I'm A'dam'

,,Hij is niet bedoeld voor mensen met epilepsie.'' Enigszins argwanend stap ik na deze waarschuwing de 'experience lift' in van de A'dam Toren, de nieuwste attractie van Amsterdam. ,,Naar boven kijken en filmen'', zegt de pr-dame die me rondleidt. Ik houd mijn telefoon in de aanslag en daar gaan we. Wat dan volgt, is op zijn minst spectaculair te noemen. Een psychedelische visualshow bovenin de liftschacht, vergezeld van harde muziek, zorgt voor een wauw-effect. Binnen een mum van tijd staan we op de 21e verdieping van het voormalige Shellgebouw aan het IJ. 

Ik krijg een voorproefje van de 'Lookout', het observatiedek dat sinds zaterdag officieel open is. Vanaf bijna honderd meter hoogte heb je (voor 15 euro) in 360 graden een waanzinnig uitzicht over de stad en nog ver daarbuiten. Volgens Sander Groet, voormalig ID&T-man en initiatiefnemer van het uitkijkpunt, kun je met een verrekijker mensen op de Domtoren in Utrecht zien staan. Vanaf zo'n hoogte heb ik de stad nog nooit gezien. Mijn hoogtevrees verdwijnt gek genoeg naar de achtergrond door het uitzicht. 

Over hoogtevrees gesproken, binnenkort kun je op het dak van de toren schommelen. Over. De. Rand. ,,Je zit wel gezekerd hoor'', zegt de pr-dame. Maar mijn hemel, ik denk toch niet dat ik dat durf. De     spannendste kermisattractie is er niks bij. 

De A'dam Toren is meer dan alleen een uitkijkpunt. 'Hello, I'm A'dam' staat in grote knalrode letters op het dak, te zien vanuit een vliegtuig. Het typeert dat de bedenkers van deze toren,  onder wie ook ID&T-oprichter Duncan Stutterheim, werkelijk overal aan hebben gedacht. Zo kun je op de 19e verdieping eten in een ronddraaiend restaurant. En voor beroemde popsterren is er de loft. Een superluxe ruimte met metershoge ramen, waar je weggezakt met een drankje in de kussens op de vensterbank eindeloos kunt turen over 'Emsterdam'. Dit is alleen weggelegd voor de rich and famous. ,,Wie weet, word ik ooit nog eens heel rijk en kan ik hier overnachten'', fantaseer ik hardop.                                             
De toren biedt verder plek aan een dertigtal bedrijven uit de muziekindustrie en er komen een hotel en een ondergrondse 24-uurs club. Was het gebouw voorheen volledig afgesloten voor de buitenwereld, nu is hij toegankelijk voor iedereen. ,,We willen dat mensen met een glimlach naar buiten gaan'', zegt Stutterheim. Dat is in dit geval gelukt. Ik ben fan van A'dam. 
















dinsdag 19 januari 2016

Buitenaards

Zwanger zijn is eigenlijk best buitenaards. Dat er vanuit een minuscuul zaadje en een eicel in negen maanden tijd een heel kind in je groeit, met alles erop en eraan, zonder dat je daar zelf veel voor hoeft te doen. Het blijft een ongelofelijk bijzonder proces. 

Het voelt dan ook een beetje alsof mijn lichaam in handen is van buitenaardse wezens. Alsof ik een kleine negen maanden geleden in een UFO ben gestapt en me al een tijdje buiten deze aardbol bevind. Ik ben al maandenlang verre van mezelf, heb daar ook nog eens totaal geen controle over en ik verkeer de helft van de tijd in een wazig wereldje. 


Hormonen doen rare dingen met je. Los van de energie die het kost om zo'n klein meisje te 'bakken', waardoor je na zonsondergang niet meer een diepzinnig gesprek met me moet voeren, ontstaat er ook gedrag waar ik me normaal gesproken verre van houd. Vaak zonder dat ik het door heb, reageer ik vinniger dan anders. Vooral mijn vriend moet het ontgelden. Over niets kan ik ineens uit mijn slof schieten. Of, nog erger, totaal onverwacht keihard in huilen uitbarsten. Verschrikt kijkt mijn lief me dan aan. De tranen komen uit mijn tenen. Alsof er iets vreselijks is gebeurd. ,,Ik weheet niet waarom ik huil, ik ben namelijk he-le-maal niet verdriehietig'', snik ik. Inmiddels ziet hij het soms al aankomen. ,,Ik denk niet dat jij het vanavond droog houdt'', klonk het laatst. 


En dan heb je nog de nestdrang. Die onophoudelijke drang om álles in je huis op te ruimen. Daardoor kom ik in de eerste weken van mijn verlof ook weinig toe aan het voorgenomen boeken lezen, dutjes doen en relaxen. Aangezien ik na een werkdag weinig puf meer had dingen te regelen, moet er nog behoorlijk wat gebeuren. Maar ook als de to do-lijst al is afgewerkt, blijf ik dingen verzinnen. Iets waar ik normaal gesproken vrij makkelijk in ben, moet bovendien à la minute gebeuren. Op de raarste momenten van de dag. Zo mogen die babykleertjes die ik 's avonds laat uit de wasmachine haal écht niet tot de volgende ochtend nat in de wasmand liggen, zijn alle kasten opnieuw ingericht en heb ik, als fervent niet-strijker, me uren staan uitleven op de babykleertjes achter de strijkplank. Eigenlijk zou iedereen eens per jaar een week zwanger moeten zijn. Het ruimt namelijk wel lekker op.  


Gelukkig keer ik bijna terug op aarde. Althans voor een deel, want die hormonen gieren nog wel even door. Ik kijk er naar uit. Maar nog meer verheug ik me erop dat ik straks mijn kleine meisje
in de armen kan sluiten. Daar heb ik een tijdelijk buitenaards bestaan maar al te graag voor over!









zaterdag 10 oktober 2015

Bliksem

,,Mama, mag de baby alsjeblieft Bliksem heten?'' Dochterlief is volop bezig met het bedenken van een naam voor haar zusje. Laura en Josefien zijn ook favoriet, zo heten de nieuwe baby's op de opvang. Van de leidsters daar hoor ik dat er elke dag suggesties de revue passeren en ook thuis is het geregeld onderwerp van gesprek. 

Nu ben ik inmiddels ruim over de helft van mijn zwangerschap, weten we dat we nog een dochter krijgen en begint de namenkwestie bij ons ook te spelen. Het is vooraf geen uitgemaakte zaak hoe we onze kids noemen en van de shortlist van onze eerste blijft dit keer weinig over. Daarom moeten er ook echt wat websites en het grote 'tienduizend voornamenboek' aan te pas komen voordat we eruit zijn.

Bij een tweede gaat alles sowieso anders. Ik ben nu bijna 24 weken zwanger en toen waren we er voor onze eerste al wel zo goed als uit. Nu begint de zoektocht bij ons eigenlijk pas en het valt niet mee om wederom de perfecte naam te vinden voor onze tweede spruit. Heel wat opties gaan over en weer als een van ons iets te binnen schiet. En even zo vaak roept een van ons heel hard: neeeeeee!

Die websites en het boek zijn trouwens hilarisch om te lezen. Wat je allemaal wel niet voorbij ziet komen. Met het gevaar dat ik mensen beledig, maar hoezo noem je je zoon Anselmus, Arbogast, Desideratus, Madelwinus of Oktaaf en je dochter Baafje, Blondina, Concepción, Lachandra of Walburga? En zo kan ik echt nog heel lang doorgaan. Wat dacht je bijvoorbeeld van Succes, Freedom, Faith-heavenly, Evangelie, D'vinejerreau en Qnaijerick? 
  
Het is in elk geval duidelijk welke namen het niet worden. Toch blijft het natuurlijk heel persoonlijk en ik weet nu al dat wat wij kiezen vast niet bij iedereen in de smaak valt. Intussen brainstormen we lekker door. Gelukkig hebben we nog even de tijd. En voorlopig houden we het op Bliksem. Als werktitel dan.

zondag 9 augustus 2015

'Gewoon Malín'

Vol verwachting pakt ze 'de verrassing' uit die ik zojuist uit de kast heb gepakt. Zomaar een cadeautje, dat is nog eens leuk. Als ze het papier eraf scheurt, roept ze blij: ,,een boek, voorlezen''! 

Het boek gaat over Saar. En er is iets bijzonders met Saar. Ze wordt namelijk grote zus. Als het boek uit is, vertellen we onze dochter dat ook zij grote zus wordt. Net als Saar. Dat mama een baby in de buik heeft. Verwonderd kijkt ze me aan. ,,Vind je dat leuk'', vraag ik. ,,Ja'', mompelt ze. Maar als vrij snel erna zegt ze: ,,ik wil geen grote zus zijn, ik ben gewoon Malín''. 

Mijn vriend en ik kijken elkaar aan. Zou ze het niks vinden, een broertje of zusje? Dat kan natuurlijk, het is toch heel wat voor een peuter. We kletsen nog even door. Ze wil mijn buik bekijken. Aait er even overheen. En dan klinkt het nogmaals: ,,als de baby er is, wil ik gewoon Malín zijn''. 

Ik moet lachen, want ik realiseer me dat ze het fenomeen 'grote zus' nog niet snapt. Dat ze denkt dat ze dan ineens heel iemand anders moet zijn. ,,Natuurlijk blijf je gewoon Malín lieve schat'', verzeker ik haar.  

Inmiddels lijkt ze al iets meer aan het idee gewend. ,,Ik wil graag een broertje én een zusje'', zegt ze als we vragen wat ze wil. Ze geeft kusjes op mijn buik, voert gesprekjes met 'haar baby' door mijn navel en komt thuis van de opvang met een tekening voor papa en mama én een speciaal exemplaar voor haar toekomstige broertje of zusje. 

Ook al is het straks vast en zeker wennen, ik weet zeker: het komt wel goed met die 'grote zus'. 






zaterdag 8 augustus 2015

E-bike

,,Ik ga een e-bike kopen'', zeg ik tegen mijn collega. ,,Een e-lek-tri-sche fiets?'', vraagt hij met een gezicht vol afgrijzen. ,,Die heeft mijn moeder ook net gekocht. Dat is toch alleen voor oude mensen?''

Ik moet bekennen dat ik er nog geen half jaar geleden ook zo over dacht. Tot ik op IJburg ging wonen. Waaiburg noemen ze het ook wel. Het waait hier altijd een paar windkrachtjes meer dan in de rest van de stad. Ik had er al rekening mee gehouden dat het niet mee zou vallen, de fietsafstand tussen huis en werk. Meer dan 10 kilometer grotendeels onbeschut met twee flinke bruggen. Ruim 35 minuten stevig doortrappen op mijn zware mamafiets. Ik deed het dapper de afgelopen maanden. Als het mooi weer was, maar vooral als het niet te hard waaide. Vaker nog pakte ik de auto. Dan was ik ook eerder op de kinderopvang. Maar voelde me hierdoor toch wat lui.

Steeds vaker kwam de optie van een e-bike voorbij. Toen ik me er iets meer in ging verdiepen, bleken het helemaal niet meer alleen van die oudelullenfietsen te zijn. Mijn zwager heeft er bijvoorbeeld ook eentje en dat is een van de sportiefste personen die ik ken. Je hebt tegenwoordig hele hippe exemplaren en het valt bijna niet op dat ie elektrisch is. Geen touwtje waar je aan moet trekken, maar een platte batterij op de bagagedrager. Met een kinderzitje er bovenop zie je er niks meer van. 

En zo begon ik langzaam aan het idee te wennen dat het misschien toch wel iets voor me is. Na een bezoek aan de fietsenwinkel was het raak. Bij de kassa stond ie te lonken. Een matzwarte Sparta (jawel) Pickup. Met een rekje voorop. De fietsenmaker zag me kijken en haalde me over een proefritje te maken. Daar ging ik. Op een winderige middag. Als een speer de brug over. En zelfs zonder motortje fietste hij nog lekker. Ik was verkocht.

,,Wacht maar, ik haal jullie straks allemaal in'', verzeker ik mijn collega's. En dat imago, daar werk ik nog wel aan. Waarop er eentje geruststellend zegt: ,,Voor mij blijf je gewoon Judith hoor''.


woensdag 8 juli 2015

Campingdisco

Het is zomer 2015 en ik heb een déjà-vu. We zijn uitgenodigd voor een feestje op de camping waar we vertoeven, ter gelegenheid van het begin van het seizoen en bovendien het 50-jarig bestaan. De professioneel uitziende uitnodiging die de eigenaresse persoonlijk op onze kampeerplaats langsbrengt, belooft veel goeds. Een gedrukt exemplaar in kleur. Niks geen smoezelig A4'tje aan de muur van het wasgebouw. 

Vol verwachting gaan we een half uurtje na aanvang naar het restaurant, waar het feestgedruis plaatsvindt. We hebben dan al de halve camping aan ons voorbij zien trekken, dezelfde kant op. De meesten stipt op tijd, stel dat ze iets missen. Als we arriveren, is het terras dan ook al goed gevuld, zit iedereen aan een glas zelfgemaakte punch en brengt het personeel schalen met hapjes rond. De kok maakt een reusachtige schaal paëlla. Ook aan de muzikale omlijsting van het geheel is gedacht. Een al wat ouder duo, vermoedelijk een echtpaar, staat gekleed op zijn paasbest achter de microfoon. Ze zingen het repertoire dat ze waarschijnlijk al dertig jaar doen, begeleid door een keyboard. 

De voornamelijk gepensioneerde campinggasten 
(dat heb je in het voorseizoen) komen na een paar 
plastic bekertjes punch al in de stemming. En als het 
duo een paar nummers later de sirtaki inzet, gaan 
de voetjes van de vloer. De ene na de andere hit 
wordt ingezet en de dansende gasten kennen er allerlei choreografieën op. Hun blikken zijn geconcentreerd en bloedserieus. Ook de aloude cha-cha-cha en foxtrot komen voorbij. We kijken onze ogen uit. 

Na zo'n anderhalf uur (inclusief een lange pauze) houdt het zingende echtpaar het voor gezien en neemt een dj het over. Hij heeft er zin in, deze toch zeker 50-plusser, die zijn hooggeblondeerde, gepermanente vrouw in tijgerjurk heeft meegenomen. De muziek gaat vijf tandjes harder en monsieur de dj brult zelf lekker mee door de microfoon. 

Ik waan me terug in de jaren '90. Toen ik nog kampeerde met mijn ouders of later, toen ik zelf hele seizoenen op Franse campings doorbracht voor vakantiewerk. Tot mijn verwondering ontdek ik dat de campingdisco van tegenwoordig nog precies hetzelfde is als twintig jaar geleden. Inclusief dezelfde hits als Alane van Wes, Don't You Want Me van The Human League en Take On Me van A-ha. 

Mijn dochter van drie maakt het niks uit en swingt er lekker op los. We horen de muziek nog tot laat als we allang weer terug zijn bij de tent. En al hoe fout ook, het roept bij mij toch wel stiekem een ultiem soort vakantiegevoel op...:-) 



zondag 17 mei 2015

Inspiratie


Het ontbreekt me de laatste tijd aan inspiratie. Ik verslons daardoor mijn weblog. Heb zelfs de eerste verjaardag van EenGoedVerhaal zonder blog voorbij laten gaan. Dat kan natuurlijk niet.

Eigenlijk is het vooral een gebrek aan tijd. Of beter gezegd: andere prioriteiten. Denk niet dat ik niks meer meemaak. Dat ik, nu ik op IJburg woon, achter de geraniums ben beland. Mijn avonden doorbreng met het louter kijken van tv-programma’s als Help mijn man is klusser en Hotter than my daughter.

Maar wat doe ik dan? De avonden vliegen voorbij. Met surfen. Op internet. Naar badkamermeubels, keukens, vloeren, behangetjes, tuinsets, schuttingen, deuren. Het houdt maar niet op. Want tjonge, er komt wat kijken bij zo’n nieuwbouwhuis. Ze zijn nog niet eens begonnen met de bouw, maar nu al moet je over van alles een beslissing nemen. Het kan maar vast geregeld zijn. Leuk is het wel, die voorpret.

En dan komt er ook nog een vakantie aan. Niemand die zo kritisch is op het vinden van een leuke stek als ik. Een camping in de Franse Languedoc moet het dit keer worden. Avonden struin ik Zoover en andere sites af. Weinig voldoet aan mijn eisen. Teveel stacaravans, te diep kinderbad, ongezellig restaurantje, aan een drukke weg, vies sanitair, overlast van een langs denderende trein, te groot, te ver van het strand. Het is ook zo lastig oordelen vanaf de bank. Want al die meningen moet je vaak ook met een korrel zout nemen. Uiteindelijk kiezen we drie potentiële kanshebbers en gaan we op de bonnefooi. Dat kan gelukkig buiten het seizoen.

En bij kamperen hoort een uitrusting. Een elektrische koelbox willen we. Via Marktplaats vind ik een ‘zo goed als nieuw’ exemplaar. Dezelfde als die we vorig jaar van mijn zusje hebben geleend. Prima ding. Dolblij ben ik met dit koopje. Tot ik hem thuis aansluit op het stopcontact. Wat maakt dat ding een kabaal! Alsof je een stofzuiger aanzet. Dit kunnen we onszelf en onze naaste buren niet aandoen. Het blijkt een bekende eigenschap van dit type, zo wijst een rondje internet uit. Dus hup, maar weer op Marktplaats. Wat volgt is weer een dagenlange zoektocht naar een geruisloos exemplaar. Je zou bijna weer voor de oldschool koelelementen gaan. 

Medelijden hoef je niet te hebben hoor. Ik zit op dit moment namelijk in de zon op ons nieuwe dakterras. Het voelt een beetje als vakantie. Ik geloof dat ik me zo maar eens op de zitzak vlij. Met een stapeltje woonbladen, dat dan weer wel. Maar intussen heb ik wel mooi een nieuwe blog getikt. En de volgende laat niet zo lang op zich wachten. Beloofd.