dinsdag 16 september 2014

Kamperen

Na een heerlijke kampeervakantie, is het ook weer fijn thuiskomen. Daar waar:

- je naar je eigen wc kunt

- je geen 'omgevingsgeluiden' van de buurman hoort

- altijd toiletpapier voorhanden is

- je niet steeds op het knopje van de douche hoeft te drukken

- je niet op een luchtbed dat ietwat scheef ligt en halverwege de vakantie toch net te zacht wordt, hoeft te slapen

- 's nachts geen vos uit je vuilniszak smikkelt (met een smeerboel tot gevolg)

- je je kind in bed kan laten teuten zonder je opgelaten te voelen dat de hele camping kan meegenieten 

- je een vaatwasser hebt in plaats van een teiltje met lauw afwaswater

- je het lichtknopje aandoet in plaats van een draagbaar lampje achter je aansleept op zoek naar een warme trui

- je eten en drinken lekker koel blijft in de koelkast in plaats van een toch net te warme koelbox

- je je lijf niet elke avond hoeft in te spuiten met stinkende antimuggenmelk 

- het water uit de kraan komt in plaats van uit een waterzak 

Toch is kamperen voor mij de ultieme manier van vakantie vieren. Juist even weg van alle luxe, die je vervolgens na drie weken weer enorm kunt waarderen. 

En ik weet zeker: over een jaar verlang ik weer hevig naar het spartaanse leven op de camping. Mét snurkende buurman en wc-rol onder de arm! 


zondag 14 september 2014

Als muren konden praten...

Je komt wel eens in van die hotels waarvan je denkt: 'als de muren konden praten...' Zoals die op de terugreis vanuit Zuid-Frankrijk, in de buurt van Nancy. Vooraf geboekt want vlakbij de Autoroute du soleil en niet duur (want alleen om te slapen). Uit de recensies valt weinig schrikbarends op te maken, behalve dat de kamers wat verouderd zijn. Een gemiddelde van een 7,4 lijkt ons prima voor een doorreishotel.

Na een lange dag in de auto rijden we de snelweg af en zoals de omschrijving belooft, zien we enkele minuten later de schreeuwende groen en oranje neonletters van het hotel. De buitenkant van het pand doet denken aan de Formule 1-keten, niet al te best. 

De ontvangst is vriendelijk en al gauw klimmen we de trap op naar de eerste etage waar onze kamer is. De eerste indruk is oké. Er staat al een babybed, er hangt een flatscreen-tv en er is een bad. Erg aanlokkelijk na een kampeervakantie! Oké, het is inderdaad gedateerd maar het oogt schoon. 
Naar mate de avond vordert, vallen echter de details op. Zo wiebelt het babybed wel erg gevaarlijk, lokt het bad ineens toch niet meer zo vanwege het viezige douchegordijntje, zitten er niet thuis te brengen vlekken op de muren, heeft de spiegel een waas, is het rondom het ventilatierooster grijs uitgeslagen, is de vloerbedekking vies en de leeftijd van de toiletborstel wil ik niet eens weten. 

Gauw gooi ik de sprei van het bed. Ik moet denken aan de rubriek in De Groeten van Max waarbij een inspecteur hotelkamers checkt op hygiëne. Ze komen er vaak niet al te best vanaf. De blik onder het bed en vinger langs de plinten durf ik hier niet aan. 

Gelukkig is het maar voor een nachtje, houd ik me voor. De lakens ogen fris wit en de douche is lekker warm. Het ontbijt skippen we uit voorzorg. Gauw slapen en morgen weer uitgerust door. Of dat gaat lukken, durf ik trouwens niet te zeggen. De muren kunnen namelijk toch een beetje praten. Het  hotel is, hoe verrassend, nogal gehorig... 

zaterdag 13 september 2014

La Croisette

Ze loopt op torenhoge zwarte hakken. Het (nep)haar heftig blond en haar gezicht strak van de botox en make-up. Ze kijkt verveeld voor zich uit. Direct achter haar d'r in een bloemetjesoverhemd gehulde man en twee dochters. De sjieke en peperdure boetieks waar ze voorbij lopen, krijgen vooralsnog weinig aandacht.


We zijn op de wereldberoemde boulevard La Croisette in Cannes. Het is bloedheet, de zweetdruppels gutsen van ons hoofd. We lopen langs tientallen winkels van (voor ons) onbetaalbare merken als Chanel, Miu Miu, Valentino, Louis Vuitton. Allemaal zitten ze er, voor de vaak meer dan welgestelde vakantiegangers in de Franse mondaine badplaats. 

Op de boulevard staan blauw geschilderde stoeltjes, waar de gewone sterveling op mag zitten om het schouwspel aan zich voorbij te laten gaan. Je zou er uren kunnen doorbrengen. De 'jan-met-de-pet-Fransman' zit er ook, maar speelt geconcentreerd een potje schaak. Het uiterlijk vertoon kan hem allemaal niet meer zo deren.

Een blik op de zee toont luxe privéjachten, die voor anker liggen. Sommige zijn zo groot dat je je amper kunt voorstellen dat het van slechts één rijke stinkerd is. Er is net zoveel plek als op de Koegelwieck naar Terschelling.

Voor de zoveelste keer deze vakantie aan de Côte d'Azur verwonder ik me over de enorme rijkdom die hier zichtbaar is. Wat zijn er toch veel miljonairs op de wereld als je dat zo bij elkaar ziet. Iets waar je normaal gesproken nooit zo bij stilstaat.

,,Ik ben toch wel blij dat ik niet zo ben'', zeg ik tegen mijn vriend als we langs de hooggehakte blonde vrouw met haar gezin lopen. ,,Het lijkt me zo vermoeiend me elke dag zo uit te dossen. En dan is het ook nog eens niet om aan te zien.''

Alhoewel, als iemand me uitnodigt voor een dagje op zo'n jacht en me een Valentino-outfit cadeau doet? Oké, vooruit dan. :-) 

donderdag 24 juli 2014

Spagaat

Het is vandaag een week geleden dat het vliegtuig van Malaysia Airlines crashte. Met dit soort rampen kun je je vaak jaren later nog herinneren waar je was en wat je deed op het moment dat je het slechte nieuws hoorde. Zo verging het mij op donderdag 17 juli 2014.

Het is iets na vijven en ik ben net thuis van een klus. Ik wil nog even aan mijn verhaal over een nieuwe expositie in het Stedelijk Museum beginnen, voordat ik mijn dochter van de opvang haal. Dan komt er een bericht binnen op mijn telefoon. Een persalarm van het ANP: 'Vliegtuig Malaysia Airlines onderweg van Amsterdam naar Kuala Lumpur neergestort bij grens Oekraïne en Rusland.'

Het duurt heel even voordat ie binnenkomt. Dit. Is. Heel. Erg. Ik denk meteen aan goede vrienden, die vorige week nog deze vlucht namen met hun 10 maanden oude zoontje. En vervolgens aan mezelf. Ik vloog ook twee keer eerder naar Kuala Lumpur. Ook met Malaysia Airlines. Via dezelfde route. 

Ik bel de redactie. Mijn collega: ,,We moeten splitsen. Wie van ons gaat er naar Schiphol en wie naar de Israëlmanifestatie op de Dam (die uit de hand kan lopen.).'' Ik slik. Normaal gesproken zit ik al in de auto. Ik heb alleen een probleem. Mijn dochter zit nog op de opvang. En mijn vriend is in het buitenland voor werk. Mijn lijf vult zich met adrenaline. ,,Ga jij maar naar Schiphol'', zeg ik. ,,Die demo doe ik wel.''

Ik probeer oppas te regelen. Maar dat blijkt te hoog gegrepen, zo last minute. Mijn journalistieke bloed raast door mijn lijf. Ik wil niets liever dan mijn collega's bijstaan, die zich nu de blaren op de vingers tikken. 

Al gauw kom ik tot de conclusie dat ik de komende twee uur niet inzetbaar ben. De moederplicht roept. Mijn lieve meisje moet worden opgehaald en haar maag gevuld. Ik regel een andere collega voor de manifestatie. Tegen de tijd dat hij op de Dam staat, ligt de kleine in bed en kan ik hem bijstaan vanuit huis. Intussen bereid ik het eten voor. Op mijn telefoon komt het ene afschuwelijke persalarm na het andere binnen. 

Op de fiets naar de opvang bel ik de collega die onderweg is naar Schiphol. Even stoom afblazen. ,,Is dat toestel echt neergeschoten?'', vraagt ze. Ik bevestig de berichten en ook dat alle passagiers zouden zijn overleden. We hangen snel op. Zij bereidt zich voor op wanhopige nabestaanden die naar de luchthaven komen. Ik loop de crèche binnen, waar mijn dochter heerlijk onbezorgd aan het spelen is en niemand nog van iets weet. 

De knop gaat om. We kletsen op weg naar huis. De ramp gaat even naar de achtergrond. Terwijl ik thuis de tv op het nieuws zet, kijkt dochterlief het Zandkasteel. We eten en we spelen nog even. Intussen app ik met mijn collega's. Als de kleine naar bed is, keer ik terug in mijn journalistenmodus. Hup, aan de slag. 

Vroeger week alles onmiddellijk voor werk. Dat kan niet meer. En dat is goed. Want er is niks belangrijker dan mijn kind. En toch is het soms lastig; de moederjournalistspagaat.

zaterdag 19 juli 2014

Wereldnieuws

Bij een ramp als afgelopen donderdag, schakel je meteen over in je journalistenmodus. Daar hoef je niks voor te doen. Dat gaat vanzelf. De adrenaline giert door je lijf. Gaan, gaan, gaan. Tijd om stil te staan bij de impact en de omvang van het drama heb je niet. En dat is maar goed ook.

Pas veel later daalt het nieuws in. Na een korte nacht word ik wakker en realiseer ik me hoe kwetsbaar we zijn. Dat het zomaar ineens afgelopen kan zijn.

Lang heb ik niet de tijd om daarbij stil te staan. Ik moet naar Schiphol. Buiten bij vertrekhal 3 is een plek ingericht waar mensen bloemen kunnen achterlaten. Er liggen nog maar een paar bosjes en wat losse rozen. Ik lees wat van de boodschappen die eraan hangen. De afzenders wensen de nabestaanden sterkte toe en spreken hun afschuw uit. Dan kom ik bij een grote bos rode rozen. De tekst op het kaartje bezorgt me kippenvel. Hij raakt je recht in het hart. 



Ik noteer de woorden op mijn kladblok. Twee buitenlandse journalisten vragen me of ik de tekst wil vertalen.

Het wemelt van de pers op de luchthaven. Vanuit heel Europa staan tientallen satellietwagens buiten geparkeerd. Verslaggevers doen in alle talen hun verhaal over de afschuwelijke vliegtuigcrash. Nederland is wereldnieuws.

In het VIP-centrum is een persconferentie van Malaysia Airlines. Journalisten, cameramensen en fotografen proppen zich in de ruimte. Er is veel te weinig plek. Het is warm, het ruikt naar zweet en mensen staan op mijn tenen. Niemand wil iets missen van de nieuwste update van de vicepresident Europa van de luchtvaartmaatschappij. Allemaal met hetzelfde doel en in dezelfde modus. De wereld informeren.


maandag 16 juni 2014

Als gekken

Met een gangetje van zo'n 40 kilometer per uur rijdt hij op z'n dooie gemakje in zijn autootje op de snelweg. Het verkeer kan nog net op tijd uitwijken en raast langs hem heen. Zomaar een situatie op de tolweg tussen Giarre en Catania, aan de oostkust van Sicilië. Waar de maximumsnelheid op 130 kilometer per uur ligt. Maar niemand lijkt zich daaraan te houden. Ze rijden of veel te hard, of veel te langzaam.

Al vaker heb ik me op vakantiebestemmingen afgevraagd hoe mensen er aan hun rijbewijs komen. In ruil voor een appel en een ei lijkt soms realistischer dan de om en nabij de 40 rijlessen die ik heb gehad (om vervolgens een uur voor mijn rijexamen nog te worden aangereden, maar dat drukte uiteindelijk de zenuwen wel waardoor ik in één keer slaagde...). 

Zo ook op Sicilië. Vooraf waarschuwen mensen me al: ,,ze rijden daar als gekken''. We ervaren het tijdens onze vakantie diverse malen. Vanuit kleine zijstraatjes doemen de auto's ineens ver de doorgaande weg op, je kunt vaak nog net een ruk naar links maken om ze niet te raken. Op je eigen weghelft blijven, behoort ook niet echt tot de gebruiksaanwijzing op de snelweg. En dan heb ik het nog niet over het vele getoeter en de manier van parkeren. Hoezo geen parkeerplaats beschikbaar? Dan zet je hem toch gewoon midden op de weg? 

Overigens valt dit rijgedrag in het niet bij wat ik heb meegemaakt in Azië. Daar verplaatst iedereen zich al toeterend door het verkeer, waarmee ze willen zeggen: ,,Aan de kant, ik kom eraan''. Rijstroken bestaan vrijwel niet. Oh ja, en ze rijden er vaak ook nog links. Ik vergeet nooit meer de rit op Java. In een busje met vier andere reizigers laten we ons van de Bromo Vulkaan naar Yogyakarta brengen. De rit duurt zo'n negen uur. De chauffeur is een jongeman met een Ferrari-shirt aan. Geen goed teken, zo blijkt later.  De reis is een hel. We zitten voorin naast de bestuurder, die rijdt alsof hij Schumacher himself is. Hij haalt in waar het niet kan, valt geregeld bijna in slaap, claxonneert naar de auto's voor hem terwijl het stoplicht op rood staat... Als het donker wordt, krijg ik bijna een zenuwinzinking. Hij blijft inhalen als een gek, houdt totaal geen rekening met tegenliggers die maar al te vaak slechts één voorlicht hebben waardoor het misschien wel op een scooter lijkt, maar het net zo goed een auto kan zijn. Het is een wonder dat we het er levend vanaf hebben gebracht.

Wat zijn we dan in Nederland keurig. Oké, je hebt bumperklevers, hardrijders en rechtsinhalers. Maar vergeleken met de rijstijl in vele andere landen, is het een walhalla op de weg. 

En de huurauto op Sicilië heeft het overleefd. Mede dankzij een portie stalen zenuwen en een boel geluk. Ik slaak toch even een zucht van opluchting als we hem in de chaotische parkeergarage op de luchthaven deukloos afleveren. 



donderdag 15 mei 2014

Staken


Het Muziekgebouw aan het IJ puilt uit. Tot ver buiten staan ze, de stakende mbo-docenten. Meer dan 4000 zijn het er volgens de organisatie. Vanuit het hele land. Ze dragen paarse en groene sjaaltjes met logo’s van de vakbonden. Het zonnetje schijnt. Prima demonstratieweer.

De boodschap is helder. Ze willen meer tijd om hun werk goed te doen. Minder werkdruk. En natuurlijk meer geld. De opkomst geeft aan dat het menens is. De woorden van de sprekers ook. Met z’n allen scanderen ze: actie!

Er is zelfs een heus stakingslied. Op de melodie van Corrie Konings’ Ik krijg een heel apart gevoel van binnen. Op het podium staat een zangeres met een blonde pruik. Even twijfelen twee actievoersters. ,,Is het d’r nou echt?’’ De zangeres leest de songtekst van een papier. Zelfs dat gaat nog niet helemaal foutloos.

Zoals het een echte demonstratie betaamt, klinkt er muziek. Om de boel lekker op te zwepen. De heupen van de stakers wiegen lekker heen en weer op liedjes van Jan Smit en de Zangeres Zonder Naam. Meezingen mag ook. En dan gaat de band even ‘terug naar de kindertijd’. ‘Klap eens in je handjes, blij, blij, blij’, klinkt het. Dat smaakt naar meer. De band zet in: ‘Hoofd, schouders, knie en teen’. Het lijkt wel een schoolreisje.

Ik tik mijn artikel op een bankje. Een dame spreekt me vermanend toe: ,,Je bent toch niet aan het werk?’’ Ik stamel: ,,Ehm, jawel, maar ik ben journalist’'. Dan is het goed.

Langzaamaan stroomt het Muziekgebouw leeg. De stakers maken er nog een gezellige dag van. Amsterdam vult zich met paarse en groene sjaaltjes. Je zou bijna vergeten dat er wordt gestaakt.